Communicatie

Ik voel het wel… dus waarom ga ik er toch overheen? Over grenzen, zelfzorg en zelfliefde

Je telefoon licht op en nog voor je iets hebt gelezen, voel je een kramp in je buik. Op je scherm staat ‘mama’.

Je eerste gedachte is: Wat nu weer?
En meteen schrik je van je felle reactie, want tegelijkertijd meldt dat andere stemmetje zich ook. Je weet dat ze er niets aan kan doen dat ze is aangereden. Ze vraagt het niet om jou dwars te zitten. Ze heeft echt hulp nodig.

En toch gebeurt er iets in jou wat je niet meer weg kunt drukken.

Dat is vaak het begin van een grens. Niet op het moment dat je iets hardop zegt, maar eerder, waarschijnlijk veel eerder. Door een gevoel in je buik of door je adem die stokt. In dat kleine, eerlijke signaal zit een boodschap dat zegt: hier gebeurt iets wat ik niet zomaar kan blijven negeren.

Veel vrouwen herkennen dat moment feilloos. De vraag is meestal niet óf je iets voelt. De vraag is wat er gebeurt tussen voelen en doen.


Je voelt vaak meer dan je jezelf toestaat

Voor veel vrouwen zijn grenzen niet zozeer een denkprobleem. Het is ook geen karakterkwestie, alsof de ene vrouw nu eenmaal steviger staat dan de ander. Wat vaker speelt, is dat er van alles meedoet tussen het eerste signaal en de reactie die volgt.

Je voelt dat iets schuurt. Tegelijk gaat je hoofd aan het werk. Het probeert te verklaren, te verzachten en het netjes te houden. Je denkt aan de ander, aan de gevolgen, aan de sfeer, aan wat er nog meer op jouw bord ligt. Voor je het weet ben je alweer aan het meebewegen, terwijl je lichaam allang iets anders heeft gezegd.

Misschien lucht het je op om jezelf niet meteen te zien als iemand die tekortschiet. Dan wordt duidelijker wat er werkelijk gebeurt: je voelt vaak een reactie, alleen is het pad van voelen naar begrenzen vol. Vol zorg, vol loyaliteit, vol met rekening houden, en vol oude gewoontes.


Waarom grenzen voor vrouwen extra lading kunnen hebben

Dat heeft niet alleen met jou persoonlijk te maken. Er spelen ook grotere patronen mee.

Wereldwijd dragen vrouwen nog altijd meer bij onbetaalde zorg dan mannen. In OECD*-landen werken vrouwen gemiddeld meer totale uren als je het betaalde en onbetaalde werk samenneemt, waardoor ze minder vrije tijd overhouden.
Dat maakt grenzen niet alleen emotioneel beladen, maar ook praktisch ingewikkeld. Er is eenvoudigweg minder ruimte om op adem te komen en te voelen wat jij nodig hebt. (OECD)

Daar komt nog iets bij. Onderzoek naar belangenbehartiging laat zien dat vrouwen vaker rekening houden met verzet of afkeuring wanneer ze voor zichzelf willen opkomen. Daardoor wordt een grens zelden alleen een praktische keuze. Het is ook een sociale afweging. Wat gebeurt er als ik dit zeg? Hoe komt dit over? Blijf ik verbonden als ik hier niet meer meega? (APA)

Dus nee, het is niet zo simpel als: vrouwen kunnen slecht grenzen stellen. Eerlijker is: vrouwen voelen hun grens vaak wel, maar het uitspreken en volhouden ervan wordt beïnvloed door zorglast, sociale verwachtingen en de prijs die ze denken te betalen voor hun duidelijkheid. (OECD)


Je lijf is vaak eerder eerlijk dan je hoofd

Dat zie ik ook terug in de praktijk.

Een vrouw geeft aan dat ze moe is, maar als ze vertelt over haar week hoor je iets anders. Ze staat op allerlei plekken tegelijk. Op haar werk is zij degene die opvangt. Thuis houdt ze het draaiend en voor haar ouders denkt ze vooruit. Voor haar kinderen blijft ze beschikbaar, ook nu ze meerderjarig of volwassen zijn. En ergens tussendoor probeert ze nog te achterhalen wat zij zelf eigenlijk wil.

Haar hoofd blijft lang dapper, maar haar lijf is meestal eerder klaar.

Daarom begint ‘grenswerk’ niet bij een mooie zin oefenen, voor mij. Het begint bij terugkeren naar wat je lichaam al aangeeft. Een strakke kaaklijn, een geknepen keel. Onrust in je borst of de neiging om te haasten. Vermoeidheid die ineens omslaat in geïrriteerd zijn. Dat zijn geen lastige bijverschijnselen. Dat zijn vaak je eerste waarheden.


Zelfzorg is de praktische vorm van zelfliefde

Zelfliefde klinkt voor sommige vrouwen te groot. Te zacht misschien ook. Alsof je eerst een heel ander mens moet worden om eraan te mogen beginnen.

Dat hoeft niet.

Zelfliefde begint vaak heel nuchter, met erkennen dat iets je raakt. Met toegeven dat je moe bent en opmerken dat je alweer over jezelf heen bent gestapt. Met voelen: zo wil ik het eigenlijk niet langer volhouden.

Zelfzorg is wat daaruit volgt.

Niet groots en meeslepend, wel concreet. Later pas antwoorden. Eerst slapen en dan morgen reageren. Een taak teruggeven of een afspraak niet direct invullen. Een gesprek voeren vanuit rust, in plaats van vanuit haast, zorgen en schuldgevoel.

Juist die koppeling is belangrijk. Onderzoek laat zien dat zelfcompassie samenhangt met meer assertiviteit op het werk en ook met meer werktevredenheid. Anders gezegd: hoe milder en eerlijker je innerlijke toon, hoe groter de kans dat je grens ook echt gedrag mag worden. (PubMed)

Dat maakt zelfzorg niet tot iets extra’s of een luxe. Het maakt het tot de praktische vorm van zelfliefde.


Onder een grens ligt vaak iets ouds

Wat een grens zo spannend maakt, is dat er zelden alleen een volle agenda onder ligt.

Er ligt vaak ook iets als: ik wil geen gedoe. Ik wil de ander niet teleurstellen of hard gevonden worden. Ik wil graag behulpzaam blijven, erbij horen en de verbinding niet verliezen.

Dan gaat het dus niet alleen over een losse situatie. Dan raakt een grens aan iets diepers. Aan je plek, aan je rol of aan hoe jij geleerd hebt lief te hebben.

Voor sommige vrouwen betekende liefde lang: beschikbaar zijn. Opvangen en vooral niet te veel vragen en de sfeer bewaren. Dan voelt begrenzen al snel als afstand, terwijl het in werkelijkheid vaak een beweging richting volwassenheid is. Niet weg van de ander, maar terug naar jezelf.


In het dagelijks leven zit het meestal in kleine momenten

Het gaan niet om grote conflicten, het zit juist in de kleine dingen.

In dat appje waarop je meteen reageert, terwijl je lichaam eigenlijk al gesloten was voor vandaag. In die zaterdag die ongemerkt alweer volloopt met dingen en wensen van anderen. In die collega die jou vraagt iets ‘nog heel even’ op te pakken omdat jij het toch zo goed overziet. In dat gesprek aan tafel waarin plannen over jouw tijd worden gemaakt zonder dat iemand bewust checkt wat jij eigenlijk wilt.

Daar zit vaak de echte oefening. Niet wachten tot je overloopt, maar eerder merken waar jij jezelf verlaat.


Een kleine check voor vandaag

Pak eens één moment van deze week terug. Iets dat nog een beetje in je lijf zit.

Vraag jezelf rustig af:
– Waar voelde ik als eerste dat er iets niet
klopte?
– Wat zei ik toen tegen mezelf?
– Wat had ik nodig gehad om dichter bij mezelf te blijven?

Meer hoeft het voor nu niet te zijn. Geen perfect antwoord of enig oordeel. Alleen dat moment met iets meer afstand bekijken.


Je hoeft niet harder te worden, wel eerlijker

Misschien is dat wel het belangrijkste van alles.

Grenzen vragen niet om een harde vrouw. Ze vragen om een eerlijke vrouw. Iemand die voelt wat ze voelt. Iemand die haar lichaam minder lang tegenspreekt. Iemand die merkt: hier ben ik te ver van mezelf weggeraakt.

Daar zit niets kils in. Integendeel.

Hoe helderder jij wordt voor jezelf, hoe rustiger het contact met anderen vaak wordt. Minder redden en minder verborgen irritatie. Meer duidelijkheid en meer lucht. En meer kans op verbinding die los draait van jouw kwaliteit voor aanpassing.


Wil je dit niet alleen begrijpen, maar ook echt voelen?

Op zaterdag 11 april begeleid ik een Kr8stroom ontdekkingsochtend rond omgaan met grenzen: zowel stellen als accepteren.

Dat is geen ochtend waarin je alleen maar hoort hoe het zou moeten. Het is een ochtend waarin je kunt voelen wat jouw lijf allang weet. Je kunt onderzoeken waar jij jezelf onderweg kwijtraakt en oefenen met een grens die warm en duidelijk is.

Voor vrouwen die voelen: vanaf nu anders, want zo wil ik het niet langer blijven doen.

Voel je herkenning terwijl je dit leest? Mail dan naar karen@kr8stroom.nl met je naam en het woord Grenzen. Dan stuur ik je de praktische informatie en reserveer ik een plek voor je.

 

*De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) telt voornamelijk ontwikkelde economieën (38 landen), die samenwerken aan sociaal en economisch beleid.
Leden zijn onder meer Nederland, België, Duitsland, de VS, Japan, Canada, en vele andere Europese en internationale landen, gericht op het afstemmen van beleid en het oplossen van gemeenschappelijke problemen.
      Delen
      Gepubliceerd door:
      Karen Carton

      Recente artikelen

      “Ik zorg voor iedereen… maar waar blijf ík?”

      In deze blog lees je het verhaal van Janna, een vrouw met volwassen kinderen bij…

      2 maanden geleden

      Ongeneeslijk positief: hoe een familieopstelling rust in haar hoofd brengt

      Een ongeneeslijk zieke vrouw komt voor een familieopstelling met één verlangen: rust. In het veld…

      4 maanden geleden

      Wie is hier nu eigenlijk de Rommelpiet? – van ‘niet doen’ naar ‘dit wil ik wél

      n groep 4 willen de kinderen geen Rommelpiet meer in de klas. Ze verzinnen borden,…

      4 maanden geleden

      Reis van TE naar eigenwijs

      Ben jij ook een TE-kind: te ambitieus, te gevoelig, te vrolijk? In deze blog laat…

      5 maanden geleden