Mila zit sinds kort op school en doet ontzettend haar best om volledig mee te doen. Haar ogen houden alles in de gaten.  Door de dag heen kleuren haar oortjes, net als haar wangen, steeds roder. Het kost haar de nodige energie, al geniet ze overal van. Op het eerste oog is ze de ideale leerling voor de leerkracht. School lijkt voor Mila qua mogelijkheden wel een snoepwinkel, maar door alle verleidingen zit hier ook het gevaar van ‘te veel’ in.

“Juf, Mila huilt.” Een van haar klasgenoten komt mij waarschuwen. Als ik van de gang, waar druk met blokken wordt gebouwd, de klas in kom lopen zie ik Mila diepongelukkig bij de spelletjeskast staan. Allerlei puzzelstukken liggen om haar heen. Nog voor ik iets kan zeggen hoor ik Mila huilend: “Mama, snik… Ik mis mama” herhalen. Het is ook zo’n natuurlijke reactie om in al je onzekerheid de meest dierbare persoon bij je te willen hebben.

“Juf, zullen wij de puzzel voor haar maken?” Twee klasgenoten staan al in de aanslag. “Dank jullie wel voor het aanbod. Dat vraag ik zo aan Mila, goed?” Ze knikken en wachten af. Ondertussen staat Mila nog diep snikkend bij mij. “Mama, ik mis mama …” Ik kijk haar op ooghoogte zittend aan. “Dat begrijp ik. Volgens mij houd je veel van haar.” Met haar ogen vol tranen kijkt ze me knikkend aan.

“Leg je hand maar even op je hart en denk aan mama. Stuur haar maar heel veel hartjes. Met jouw hartjes vertel je haar hoe lief je haar vindt.” Mila’s adem wordt steeds rustiger en zowel haar tranen
als haar snikken verminderen. “Hoe gaat het, Mila?” Haar gezicht klaart steeds meer op, ze knikt langzaam en even later klinkt er een diepe zucht: “Ik krijg ook heel veel hartjes terug van mama!”

Om te onderzoeken wat haar echt dwars zit ga ik een gesprekje met Mila aan. Haar gemis blijkt een uiting en een optelsom van alle goede bedoelingen met een ontlading door het misgaan bij het opruimen van de gemaakte puzzel. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Wat maakt dat Mila de lat zo hoog legt voor zichzelf?

Ik besluit haar gedrag de komende tijd te observeren en dan opnieuw een gesprekje aan te gaan. Tenslotte is iedereen anders en leer ik ook van elk kind. Even later maakt Mila, samen met haar klasgenoten, nogmaals de puzzel. Ze is een doorzetter, maar ook blij met de aangeboden hulp. Gezamenlijk laten ze mij trots het resultaat zien en ik merk duidelijk dat Mila weer beter in haar velletje zit. Mooi zo, samen sterk of zoals mijn motto zegt:
Je hoeft het niet alleen te doen, wel zelf.